Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 19 december 2018

Blijft Hilversum tuinstad van de 21 ste eeuw?

De afgelopen weken is de Hilversumse Raad meegenomen in de plannen voor de herontwikkeling van de zogenaamde Spoorzone (postcode 1221). Het college van B&W heeft daarbij gesteld dat hoogbouw tot de mogelijkheden behoort. Wat D66 betreft is dit een kaderstelling waar de raad nog over gaat! Hoewel de fractie zich realiseert dat er grote vraag is naar woningen, maar ook naar kleinere bedrijfs-en atelierruimten, zijn onze uitgangspunten bij de herinrichting- en ontwikkeling (verblijfs) kwaliteit, groen, duurzaamheid en de menselijke maat! Tijd dus om stil te staan bij de vraag of Hilversum per se moet inzetten op hoogbouw, of is er een beter alternatief ?

 

Hoogbouw: hype en misvatting

Honderden jaren geledenstreden de Welfen tegen de Ghibellijnen in Toscane om de hoogste toren als teken van politieke macht. Misschien is dat waar architectuurhistorica Petra Brouwer van de Universiteit van Amsterdam aan refereert als ze het huidige streven naar hoogbouw in Nederland “een ouderwetse manier van denken” noemt.

Waarom staat hoogbouw in Nederland op dit moment zo in de belangstelling? Er is zowel een urgentie om woningen te bouwen,  als het sentiment als stad niet voor vol te worden aangezien als er geen hoogbouw is! Op die manier ontstaat snel een blinde vlek en dat hebben we eerder gezien. Denk aan hoe modieus het eens was huizen te slopen om brede wegen door het stadscentrum aan te leggen! Littekens waar menig stad, ook Hilversum, nog steeds mee worstelt.

Is hoogbouw de nieuwe blinde vlek? Ja, het lijkt er wel op. Het is bijna optisch bedrog  hoogbouw te beschouwen als het beste middel voor stedelijke verdichting. Hoe hoger hoe meer woningen, hoe meer huisvesting. Een al te menselijk misverstand.

Zo is ook de argumentatie dat je de dichtheid in een stad uitsluitend kunt vergroten met hoogbouw een misvatting. Architect en stedenbouwkundige Sjoerd Soeters legt steeds geduldig uit dat dichtheid wordt bepaald door de opbouw van het aantal appartementen in vierkante meters en het aantal parkeerplaatsen dat daarbij hoort. Wereldstad Parijs van Baron Haussmann heeft al een supercompacte opzet met beperkte bouwhoogte van gemiddeld 4-6 bouwlagen.

bron: Google Earth Parijs

 

En hoogbouw levert bijkomende nadelen op betoogt architecte Kerry Clare. Zij geeft aan hoe bij woontorens mensen contact met het straatleven verliezen en de openbare ruimte verschraalt. Zij ziet verder twee motieven voor hoogbouw. Ten eerste (bij ontwikkelaars) het rendementsoogpunt, en ten tweede bij politici een verlangen naar stedelijkheid.

De Deense architect Jan Gehl heeft inzichtelijk gemaakt hoe het contact met het straatniveau afneemt, naar mate meer bouwlagen worden gestapeld. Hij plaatst een belangrijke drempel op de vierde bouwlaag.

 

De tuinstad als beter alternatief

Je kunt natuurlijk verschillen over wat de exacte definitie van hoogbouw is. Dit is voor een deel afhankelijk van de ruimtelijke context; wat het oog waarneemt in een bepaalde verhouding. In Hilversum en in het Gooi is wat boven de gemiddelde boomgrootte van circa 20 meter uitsteekt, aan te merken als hoogbouw. Niet voor niks wordt 20 meter steeds als regionale richtlijn genoemd. Hoogbouw zit niet in het DNA van Hilversum, wat is wél kenmerkend voor onze stad?

Dudokzag dat Hilversum haar bestaansrecht ontleent aan de omringende natuur. Op basis van die natuurlijke omgeving stelde hij een grens aan de groei en inbreidingsmogelijkheden. Hilversum zou aan bestaansrecht en vitaliteit inboeten, zowel door te blijven bijbouwen als door uitbreiding in de natuur. Hij vond dat gestapelde woningen het karakter van Hilversum negatief zouden beïnvloeden, en plande geleidelijke overgangen van bebouwing richting natuur. Zo ontwierp hij onze beroemde tuinstad. En voor gebouwen met een maatschappelijke functie voegde hij voor de herkenbaarheid een hoogteaccent toe. Tijdloos door helderheid en eenvoud. We hebben dus een beter alternatief.

En dit is het kwaliteitskader dat D66 voor ogen staat: Hilversum als de tuinstad van de 21 ste eeuw: licht, lucht en ruimte. Bebouwing op basis van de menselijke maat, gevarieerd, kleinschalig en duurzaam. Hoogbouw botst met het DNA van Hilversum. Daarbij is hoogbouw in onze regio meer dan horizonvervuiling, omdat het botst met het grensoverstijgende belang van het beschermen van de zichtlijnen van het omringende cultuur-historische landschap. Hilversum heeft een verantwoordelijkheid naar de omringende gemeenten én de natuur! “Wat goed is voor de regio, is goed voor Hilversum”!

Voor de Spoorzone is de grootste uitdaging het opheffen van de visuele en fysieke scheiding tussen Hilversum ‘Over ’t Spoor’ en het centrum. Dit doe je juist niet door de scheiding te herbevestigen met nieuwe dichte wanden of met Entrada-achtige bouwwerken. Wie markant wil bouwen, bouwt bescheiden. Met oog voor detaillering. Wie met visie bouwt, realiseert in de Spoorzone bouwhoogten die de gemiddelde boomhoogte niet te boven gaan.

‘Iconische’ bouwwerken

Bron: de Gooi- en Eemlander

In Hilversum worden proefballonnetjes opgelaten in termen van ‘moet kunnen’, ‘waar mogelijk’, ‘nodig voor de verdichting’. De wethouder laat in de krant opschrijven te hopen dat “de gemeenteraad snel de kaders neer wil zetten.” Die uitdaging wil D66 graag oppakken. Maar niet zonder eerst nog eens te kijken naar het Hilversumse ‘track record’ van gerealiseerde hoogbouw. Vaak aangekondigd met ‘rank’, ‘slank’, ‘iconisch’.  D66 zietgeen overtuigende voorbeelden van geslaagde hoogbouw!

De Van Linschoten toren (Oosterengweg -Van Linschotenstraat)

Bij de Amaliatunnel aan de rand van Monnikenberg verrees een torenflat. De Van Linschoten- toren ookwel ‘Belvedere’, ‘het Melkmeisje” en ‘de Steenpuist’ genoemd. Uit de folder: “bekronende functie”, “prominente locatie”, “langs een entree van het mediadorp”, ontwerp met een “sculpturaal karakter”, met “weids uitzicht over Hilversum of omliggende bossen en heide”.

Er werden tussentijds twee extra bouwlagen toegevoegd, van 10 naar 12, zodat “dit plan uit de rode cijfers is gehaald.” Dit is de motivering door een politieke partij op haar web site in 2008.

(L) Ontwerp Van Linschoten-toren bron: 7Arts Visuals; (R) Gerealiseerde toren (O) bron: Google Earth    Schaduwwerking van de toren richting de buren (rechts onder kruisvormig Van Linschoten-toren). De grootste appartementen zitten in bovenste bouwlagen. Hier wonen dus het minst aantal mensen

 

 

 

De Stationstoren  (Schapenkamp – Leeuwenstraat)
Onafgewerkte betonnen gevel. Architect Charles René (Baddy) Hartman, gaf zelf aan de gerealiseerde hoogte op deze locatie niet passend te vinden, en enkel op aandringen van de gemeente te hebben gehandeld.

Stationstoren bron: Google Earth

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Entrada (Wilhelminastraat – Schapenkamp)

Wilhelminastraat linker foto met zicht op Vituskerk. De woonhuizen zijn gesloopt. In plaats van huizen terug te bouwen en de zichtlijn op de Vituskerk te behouden werd ‘Entrada’ gebouwd.

Rechts ‘Entrada’ Beloofd: groene uitstraling. Groen over de hele lengte van gevel. Wie de binnentuin bezoekt (uitgevoerd achter hekwerk op verhoging en zo ‘semi-publiekelijk’ toegankelijk) ziet dat dit nauwelijks is gerealiseerd.

bron: Google Earth

REGEV terrein (Minckelerssrtraat – Johan v.d. Heijdenstraat)

De oorspronkelijke gashouders op het voormalige terrein van de Regionale Energievoorziening. Ongeveer half zo hoog als de huidige woontorens. Het is een aardig idee om de vormentaal van de gashouder terug te vertalen in de woonappartementen. Maar door het opkrikken van bouwhoogte ten opzichte van omgeving ontstaat in de omgeving een opdringerig effect, zoals is te zien boven de daken van de huizen in de Koomansstraat.

Koomansstraat

 

Tegenover Dudok (revisited) o.a. een bouwblok bestaande uit een stapeling van zwembad en sportschool.  De gesloten verhoogde gevel dicht aan de straatrand communiceert niet met de oorspronkelijke bouw aan de overzijde.

bron: Google Earth

De Langestraat (Langestraat – Neuweg)

Hoogbouw in de Langestraat met een dode plint en ‘blinde gevel’ als aanzicht voor de overburen in de Ruitersweg

 

 

 

 

 

 

 

 

bron: https://www.hilversum.nl

Gewoon groen(t)esoep

Het college van B&W gebruikt voor de Spoorzone de beeldspraak dat het geen ‘tomatenkippengroentensoep’ moet worden, om zo te betogen dat het ontwikkelplan helder dient te zijn. Eens, maar wat zou met een zelfkritische blik opvallen? Dat juist de toevoegingen in de genoemde bouwvoorbeelden bewegen richting tomatenkippengroentensoep. En dat juist die ene smaak van de groen(t)esoep kenmerkend is voor Hilversum en de regionale omgeving!

Als andere gemeenten zoals Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Amersfoort, Tilburg en Amsterdam hun kippengroentensoep willen mixen met Italiaanse tomatensoep en Grissini, de broodstengels, omdat het beter vult, laat ze hun gang gaan.  Laten wij vooral dicht bij onszelf blijven. Gewoon bij onze groen(t)esoep. Een winnend recept. Verwaarlozing van dit recept zou eeuwig zonde zijn.

Edwin Göbbels, raadslid, woordvoerder RO & Wonen